Gedrag kinderen

Kinderen ontwikkelen zich in hun eigen tempo. Het is daarom niet mogelijk om exact aan te geven wat een kind op welke leeftijd kan. Ook verschilt de omgeving waarin kinderen opgroeien. In een rustige verkeersomgeving neemt een kind eerder deel aan het verkeer dan in een drukke stedelijke omgeving. Kijk daarom altijd naar het kind en beoordeel kritisch wat hij of zij wel en (nog) niet kan.

Leeftijd 4 - 7 jaar

Rond 4 jaar beginnen kinderen te fietsen. Pas als het kind de fiets zonder nadenken kan besturen, kan het leren deelnemen in het verkeer. Meestal is dit rond 5 jaar. Slingeren (bijvoorbeeld bij omkijken) en balans houden (bij langzaam fietsen) zijn moeilijk. Vanaf 9 à 10 jaar schatten kinderen gevaarlijke situaties beter in. Ze begrijpen waarom ze bijvoorbeeld niet dicht bij gevaarlijke voertuigen in de buurt moet komen. Ze hebben nog wel moeite met gecompliceerde situaties en met het combineren van meerdere regels.

Het beoordelen van eigen gedrag en keuzes en het inleven in anderen is nog onderontwikkeld. Hierdoor kan een kind niet goed inschatten wat een bestuurder van een voertuig gaat doen. Ook kunnen ze slecht onderscheid maken tussen wat wel en niet belangrijk is in een bepaalde situatie.

Vanaf 11 jaar kunnen kinderen hun aandacht gericht focussen op bijvoorbeeld verkeer. Tot 16 jaar oud wordt deze informatieverwerking steeds sneller.

Brochure

Bekijk hier de brochure over leeftijdsspecifieke eigenschappen.