14 tips om je hoofd koel te houden

18-12-2018

Droom jij stiekem van een Elfstedentocht? Of breekt het koude zweet je uit bij de gedachte aan winterse buien en temperaturen onder het vriespunt. Zeker als je nog de weg op moet. Gert-Jan Kreeft geeft al 25 jaar rijvaardigheidstrainingen en houdt zich bezig met verkeersveiligheid, bewustwording en mobiliteit. Met zijn tips stap je goed voorbereid in de auto bij winterse omstandigheden.

1 Check het weerbericht

Gezellig hoor, die kerstdiners bij de familie aan de andere kant van het land, of feestelijke oudejaarsavonden bij verre vrienden. Maar kijk voordat je in de auto stapt wel even wat de weersvoorspellingen zijn voor dat deel van het land. Zo zorg je ervoor dat je niet overvallen wordt door onverwachte (nachtelijke) sneeuwbuien. Want als je weet wat je te wachten staat en welk weer er op komst is, besluit je misschien om een uurtje eerder weg te gaan, of juist om te blijven logeren. Zorg ook in de wintermaanden voor een deken in de auto, voor als je vast komt te staan. Een lange rit voor de boeg? Zet de thermostaat lekker hoog en doe de winterjas uit in de auto. Daardoor werkt je gordel, in geval van nood, een stuk effectiever.

2 Vertrek op tijd

Hou rekening met extra reistijd, zeker als er winterse buien op komst zijn. Als je extra reistijd inplant, hoef je niet te haasten en dat rijdt wel zo relaxt. Ook heb je in de winter meer tijd nodig om bijvoorbeeld je autoruiten te krabben en schoon te maken. Dan is een ruime planning wel zo prettig.

3 Niet in het dashboardkastje

Bewaar je slotontdooier nooit in de auto, maar in je jas of je tas. Want als je het een keer nodig hebt, dan moet je er natuurlijk wel bij kunnen 😉

4 Schoon en zichtbaar

Zorg ervoor dat je auto schoon is. Ligt er sneeuw op je auto, veeg dit dan weg, niet alleen van je vooruit, maar ook van het dak en je motorkap. Anders waait het er tijdens het rijden af en belemmer je andere weggebruikers of je eigen zicht. Vergeet je koplampen en achterlichten niet schoon te maken – dat gaat prima met een flinke hand vol sneeuw. En denk ook even aan je buitenspiegels. Uiteraard moeten al je ruiten sneeuwvrij en schoon zijn (en niet alleen je voorruit).

5 Beslagen ruiten

Heb je in de winter ook vaak last van beslagen ruiten? Maak je voorruit dan aan de binnenkant eens schoon met een vochtige doek en wat onverdund afwasmiddel. Dan heb je gegarandeerd geen last meer van beslagen ruiten.

6 Winterbanden zijn geen garantie

Heb jij winterbanden onder je auto? Heel goed! Die zorgen voor meer grip als het gesneeuwd heeft en zijn dus – net als 4 seizoenenbanden - een goede keuze. Maar overschat de werking van de winterband niet. Want ook als je winterbanden hebt, moet je nog steeds extra goed opletten bij winters weer. Ze zijn geen garantie dat je bijvoorbeeld nooit in een slip terecht komt. Houd dus je hoofd koel en je aandacht op de weg, ook met winterbanden.

7 Verdubbel de afstand

Je kent ongetwijfeld de regel ‘2 seconden afstand houden’. Maak daar in de winter maar rustig 4 seconden van. Want niet alleen is je remweg langer als het glad is, het zorgt er ook voor dat je op tijd kunt reageren op onverwachte omstandigheden of incidenten.

8 Optrekken met beleid

Is de weg glad door aangekoekte sneeuw of ijzel, probeer dan rustig weg te rijden en op te trekken. Ga je te snel, dan raak je snel in een slip en gaat de auto met jou aan de haal. Een handige tip is om de auto voor het optrekken in z’n 2 te zetten in plaats van in z’n 1. Daardoor trek je rustiger op en is de kans een stuk kleiner dat de auto doorschiet. Rij je in een automaat? Grote kans dat er een winterstand op zit, waardoor de auto ook rustiger optrekt.

9 Rustig in de bochten

Rij liever langzaam de bocht in en snel er weer uit, dan snel er in en er niet meer uit. Kalm aan dus!

10 Kouder dan je denkt

Laat je niet misleiden door de temperatuur die je dashboard aangeeft. De temperatuur van het wegdek is vaak 2 graden lager dan je thermometer aangeeft. En dat kan soms net het verschil zijn tussen ijzel en geen ijzel.

11 Pas op voor bruggen en viaducten

Bruggen en viaducten bevriezen sneller dan gewone wegen, omdat de kou zowel van boven als van onder komt. Daarom is het vaak gladder op een brug. Wees daar bedacht op en laat je niet verrassen door gladheid.

12 Kijk vooruit en rem rustig

Het is altijd belangrijk om de weg voor je goed in de gaten te houden, helemaal bij temperaturen onder het vriespunt. Hoe minder je hoeft te remmen, hoe beter het is. Dat betekent tijdig het gas los voor bijvoorbeeld stoplichten, zodat je rustig kunt uitrollen en niet onverwacht hoeft te remmen.

13 Remmen bij een noodstop

Moet je toch plotseling remmen, zorg er dan voor dat je goed stevig op de rem trapt. Het rempedaal van auto’s met ABS gaan trillen als je plotseling hard remt, dat heeft te maken met het antiblokkeersysteem. Trek je van dat trillen niets aan, en hou je voet stevig op het rempedaal, om op tijd te stoppen en niet door te glijden.

14 In de slip

Mocht je toch in een slip raken dan is het allerbelangrijkste om je hoofd koel te houden. Gas los, kijk waar je naar toe wilt, voet op de rem en rustig sturen. Ga niet aan het stuur trekken. Helaas gebeurt het regelmatig dat automobilisten die aan de rechterkant in de berm dreigen te raken, vervolgens aan de linkerkant van de weg tegen een boom knallen. Dit komt omdat ze een te grote ruk aan het stuur geven, waardoor ze helemaal uit koers raken. Als een botsing met een vangrail onvermijdelijk is, probeer dan zo hard mogelijk te remmen, want dan bots je er uiteindelijk zo zacht mogelijk tegenaan.

Vorige Volgende